Blog: Moordenaar met hersenletsel

‘Ik berg mijn vuurwapen en spring bovenop de man. Met mijn armen omklem ik zijn armen en bovenlichaam en we vallen samen op de grond.’

Hondengeleider Bart vertelt hoe hij een man overmeestert, die kort daarvoor zijn vriendin heeft doodgeschoten.

“Bart, kun je met spoed naar een adres in Lage Zwaluwe gaan? Collega’s proberen bij een gewonde, niet aanspreekbare vrouw te komen, maar een Duitse herdershond wil hen er niet bij laten.” De melding komt binnen op een dinsdagmiddag.

Ik heb als hondengeleider dienst met mijn hond Amok. In de auto liggen een stroomstootwapen en vangstok.

Ik rijd zo snel als ik kan naar mijn twee collega’s. Die proberen de hond op het woonerf te vangen en hebben hem met pepperspray bespoten. Daar heeft het beest behoorlijk last van. Dat is onze kans.

Het lukt me om de hond samen met een collega aan te lijnen en van het achtererf te halen. Ik zet hem vast aan een lantaarnpaal op straat. Ik heb met de hond te doen, hij snapt niet dat we zijn bazin willen helpen.

Met z’n drieën rennen we het achtererf op, naar de vrouw toe. Ze ligt voor de openstaande keukendeur en is dood.

Ik zie op haar rug mogelijke schotverwondingen en bloed. Er liggen kogelhulzen op de keukenvloer. Is de dader nog binnen?

We trekken direct ons vuurwapen. De adrenaline giert door mijn lijf, ik voel mijn hart bonzen.

Een blik naar elkaar is voldoende: we gaan de woning in. Misschien liggen er nog meer gewonde of dode mensen in het huis. Of heeft de dader zich ergens verstopt en wacht hij ons op.

“Politie”, roep ik hard. “We komen nu naar binnen!” Het blijft doodstil. Met z’n drieën doorzoeken we kamer voor kamer de woning, ons vuurwapen in de aanslag. Er is niemand binnen.

De woning en het erf zijn nu een plaats delict. We zetten alles in werking voor een grootschalig onderzoek.

Al snel wordt duidelijk dat de vriend van de vrouw de verdachte is. Hij is gevlucht in een auto. Merk en kleur zijn bekend.

De politiehelikopter maakt foto’s van de plaats delict en kijkt uit naar de verdachte.

Vijf uur na de vondst van het slachtoffer lost een collega mij af en rijd ik terug naar het politiebureau. “Bart, met spoed omdraaien!” Het is de meldkamer.

Vlak bij de kruising die ik zojuist passeerde, 300 meter terug, staat een man.

Volgens de melder is zijn hoofd bebloed en heeft hij een vuurwapen in zijn hand.

Ik hoor van de meldkamer hoe de verdachte eruitziet. De man voldoet volledig aan het signalement. Ik stop, trek mijn kogelwerende vest aan en rijd terug.

Andere collega’s arriveren en we zetten met onze auto’s de weg aan beide kanten af.

Het is schemerig, koud en het regent. Vanuit de dekking van de politieauto’s richten meerdere collega’s hun vuurwapen op de man.

Die staat inmiddels tot aan zijn middel in een sloot. Zijn armen hangen langs zijn lichaam, zijn handen zijn onzichtbaar.

We kunnen niet zien of hij een vuurwapen vasthoudt. De helikopter verlicht de plek waar de man staat, maar ook de piloot en diens waarnemer kunnen niet zien of hij een wapen vast heeft.

We roepen meerdere malen: ‘Laat je handen zien!’ De man reageert niet. Hij beweegt onnatuurlijk en ziet er angstig uit. Er schieten duizend vragen door mijn hoofd. Wat is er gebeurd? Waarom reageert hij niet? Waar is zijn vuurwapen?

Na tien minuten klimt de man uit de sloot. Hij heeft geen vuurwapen vast. Maar hij reageert nog steeds niet op ons. Hij staat stil, kijkt om zich heen.

Mijn collega lost een waarschuwingsschot. De man blijft stokstijf staan. Wat nu?

Dan komt hij langzaam in beweging. Hij strompelt richting een collega. Ik zie kans achter hem te komen en sluip op hem af, mijn vuurwapen strak op hem gericht. Ik kijk de collega’s voor mij aan.

Ik kan eigenlijk niet verder lopen, anders kom ik in hun vuurlinie. Ik vertrouw hen blindelings: zonder iets te zeggen weten we van elkaar wat we gaan doen. Zij gaan niet vuren en ik ga die vent pakken.

Ik berg mijn vuurwapen en spring bovenop de man. Met mijn armen omklem ik zijn armen en bovenlichaam en we vallen samen op de grond. Mijn collega’s snellen toe en we slaan hem in de boeien.

Later vindt een speurhond in de sloot een vuurwapen.

Na onderzoek blijkt dat de man zich met dat vuurwapen door zijn hoofd had geschoten om zo een eind aan zijn leven te maken. Dat mislukte.

De kogel had wel flinke schade veroorzaakt; daarom liep hij zo vreemd en reageerde hij niet op ons.’
Stap naar voren
Elke dag weer komen politieagenten in gevaarlijke situaties terecht. Waar anderen een stap terug doen, stappen politiemensen naar voren. Desnoods met gevaar voor eigen leven. Voor de veiligheid van anderen. Soms staan ze daarbij voor grote dilemma’s. En moeten ze in luttele seconden beslissen.

Bart: 23 november 2017

Over Bart
Bart is 48 jaar en werkt sinds 2000 bij de Politie. In 2005 startte Bart als hondengeleider en vanaf januari 2016 als Senior Team Surveillancehonden in Zeeland-West-Brabant. ‘Ik zie mijzelf als een politieagent met een extra gewelds- en opsporingsmiddel.

Deze toevoeging is voor mij de plus op het al mooie politiewerk. Nooit een dag hetzelfde en altijd in voorwaartse beweging op welk vlak dan ook. Gelukkig weet ik mij omringd door dezelfde vakidioten. Ik ben hier voorlopig nog niet klaar mee.’

Reageren