Blog: Piraatjes

Gepubliceerd door Angelo Hessel op

Op een mooie voorjaarsdag ben ik samen met mijn collega op pad. Onderweg zie ik opeens twee jongetjes die hand in hand over de stoep van een drukke straat lopen. De beide mannetjes zijn verkleed als piraatjes en hebben zo te zien de grootste lol. Ze zijn voor mijn gevoel niet ouder dan een jaar of drie.
Aangezien er geen volwassenen bij hen in de buurt zijn besluiten we de jongens aan te spreken. We rijden langzaam naast de jochies en ik doe het raam open. Onze opvallende politieauto trekt natuurlijk onmiddellijk de aandacht. Ik groet ze en vraag de jongens wat ze aan het doen zijn. Een van de jongetjes antwoordt: “We zijn aan het wandelen, maar we lopen wel op de stoep hoor!” Ik vraag hen waar hun moeder is. “Thuis” antwoordt de meest spraakzame van de twee weer. Blijkbaar vindt hij dat het kruisverhoor wel lang genoeg heeft geduurd en beide jongetjes maken aanstalten om weer vrolijk verder lopen.

We vertrouwen het niet, parkeren de auto en lopen naar de jochies toe. Die vinden het allemaal wel erg spannend worden en beginnen spontaan te rennen. Een van de mannetjes begint zelfs een beetje te huilen. Nadat we ze een beetje gerustgesteld hebben vinden ze ons gelukkig al een stuk minder eng. Ik vraag ze of ze even bij ons in de politieauto willen komen zitten. Dat lijkt ze natuurlijk wel wat. We zetten de jongens op de achterbank. Een van de jochies laat ik bij mij op schoot zitten zodat hij wat beter door het raam kan kijken. Hopelijk ziet hij iets dat hem bekend voor komt of herkent hij zijn straat.

Ondertussen probeer ik erachter te komen hoe de beide boefjes heten maar veel verder dan alleen een voornaam komen ze niet. Laat staan dat ze weten hoe de straat heet waar ze wonen. Wel weet een van hen heel stellig te vertellen dat het in de buurt van een speeltuin is.
Ondertussen neem ik contact op met de meldkamer, hier is nog geen melding binnengekomen van twee weggelopen jongetjes. Er zit dus even niets anders op dan rond te rijden in de buurt in de hoop dat de jongens iets herkenbaars zien.

“Ja hier! Hier!” Een van de jochies begint ineens enthousiast een straat in te wijzen met zijn vingertje. Wanneer mijn collega de straat inrijdt hoor ik hetzelfde ventje zeggen: “Oh nee toch niet”. Om even later te zeggen: “Ja! Ja misschien deze straat!” “Oh nee ook niet”… “Ik zie daar een speeltuin! Oh nee dat is niet mijn speeltuin…” De beide jongens krijgen steeds meer lol in de spontaan opgezette speurtocht en blijven ons ‘aanwijzingen’ geven. Helaas leiden deze alleen nergens toe. Maar we hebben enorm veel lol met z’n viertjes en de kinderen zijn in ieder geval veilig. Dat is voor dat moment het belangrijkste.

Dan krijg ik een bericht binnen. Een kinderdagverblijf heeft melding gemaakt van vermissing van twee kindjes. Signalement: twee jongens verkleed als piraatjes. Dat kan dus niet missen, dat moeten onze boefjes zijn! Wanneer we de jongens vertellen dat een van de juffen heeft gebeld en dat we ze gaan terugbrengen, zie ik toch wat teleurstelling op de koppies. Wat hen betreft had het avontuur nog veel langer mogen duren!

Eenmaal op het kinderdagverblijf treffen wij een aantal geëmotioneerde peuterleidsters aan. Ze zijn enorm blij dat de kinderen weer veilig terug zijn gekeerd en dat er niks geks is gebeurd. We vertellen de jochies dat ze nooit meer zomaar weg mogen lopen.

’s Avonds word ik gebeld door de moeder van een van de jongens. Ze wil ons graag bedanken voor onze hulp. Ondanks dat we die dag amper hebben kunnen doen wat in onze planning lag, was het onverwacht toch een hele bijzondere dienst en speel je ineens een hoofdrol in een super spannend piratenavontuur!

26 februari 2020 – Hoofdagent Marleen

Categorieën: Binnenland