Blog: Van het balkon gevallen

‘Houd zijn hoofdje stil, dan blijft het schedeltje heel!’ Ik zit op mijn knieën en houd het hoofdje van een 3-jarig jongetje voorzichtig geklemd tussen mijn knieën. Met mijn handen houd ik zijn armpjes vast zodat de ambulancebroeders hun werk kunnen doen. Soms is hij rustig, maar af en toe gaat hij ineens wild bewegen. Jemig, wat een moeite om die hummel dan in bedwang te houden en toch te zorgen dat ik niet teveel kracht op het hoofdje uitoefen.
Die dienst zitten we toevallig met z’n drieën in de auto. Een van onze chefs wilde graag weer een keer buitenervaring opdoen en gaat met ons mee. Er heerst een gezellige stemming aan boord. Onze dienst zit er bijna op en we maken nog even een laatste rondje door de wijk.
Dan komt een melding binnen dat een jongetje van 3 jaar van het balkon is gevallen en op straat ligt. Direct schakelen we alle drie naar ‘actiemodus’. De chef meldt aan de meldkamer dat wij vlakbij het adres zijn.
Mijn maat gooit het gas erop en ik bedenk dat ik het gezin ken dat op het betreffende adres woont. Binnen no-time zijn we ter plaatse.
Het eerste dat we zien is een hoop mensen voor de woning, maar geen kindje. Wel een grote donkere rode vlek op de stoep direct onder het balkon. Ik herken de vader tussen de mensen en roep vragend waar de kleine is. Hij wijst naar zijn appartement.
Ik loop de woning in en zie in de gang een klein bewegingloos lichaampje op de grond liggen. Er zitten bulten en schaafplekken op het gezichtje en er komt bloed uit zijn neus en oortjes.
Even schiet het door mij heen dat het mannetje wel heel stil ligt. Ik hoop dat het niet zo erg is als ik nu vermoed.
Ik ga achter het mannetje zitten op mijn knieën en zeg zijn naam. Gelukkig reageert hij hierop, zijn oogjes gaan open. Een zucht van opluchting gaat door mij heen. De automatische piloot gaat aan en iedereen handelt.
Mijn maat gaat naar buiten om de straat af te zetten en de chef pakt buiten de woning de coördinatie op. Ondertussen is een ambulance gearriveerd en nog meer collega’s.
Terwijl ik daar zit, met het hoofdje tussen mijn knieën, probeer ik het hummeltje rustig te houden. Soms is hij heel rustig, om dan ineens weer heel erg te gaan bewegen.
Terwijl de ambulancebroeders hun werk doen, probeer ik ook nog de vader gerust te stellen die achter mij staat.
Ik probeer ook uit te vinden wat er precies gebeurd is. Maar veel wijzer word ik niet. Het enige dat de vader uit kan brengen is dat het ventje is gevallen. Hoe weet hij ook niet.
Na een tijd is het mannetje stabiel en kan hij de brancard op. Voorzichtig sta ik mee op, terwijl ik nog steeds het hoofdje vasthoud. Samen met de ambulancebroeders leg ik hem op de brancard. Dan gaat hij de ambulance in. Het mannetje is nu stil, heel stil en bleek. Ik hoop zo dat hij het redt.
De dagen erna praat ik geregeld met vader en de andere kinderen. Moeder is de hele tijd in het ziekenhuis en wijkt niet van de zijde van haar zoontje. Het blijkt dat de familie die avond net klaar was met het pakken van de koffers voor de vakantie. Een van de dochters was even naar de keuken gelopen en had de balkondeur open laten staan. Vanuit een ooghoek had ze gezien dat haar broertje ineens op de balkonrand stond en naar beneden viel. Ze had nog geprobeerd om hem vast te pakken, maar helaas.
In het gesprek met vader hoor ik dat ze al eerder een kindje verloren, aan wiegendood. Hij vreest nu het ergste voor zijn zoontje. De berichten uit het ziekenhuis zijn helemaal niet goed. Even weet ik niet wat ik moet zeggen en kan ik alleen maar intens meeleven met het gezin.
Bijna twee weken ligt het jongetje in een kunstmatige coma en is het afwachten hoe hij eruit komt. Als de artsen hem daar uiteindelijk uithalen, blijkt gelukkig dat alles helemaal in orde komt met hem. ‘Behalve’ 30 hechtingen en wat blauwe plekken is het weer een gewoon hummeltje van 3 jaar oud.

Een paar dagen later kom ik hem weer tegen op straat, met zijn vader. Druk zwaaiend loopt hij op mij af. Nog een dik verband om zijn hoofd, maar met glinsterende oogjes en een blik van ‘wie doet mij wat’. Gelukkig is hij nog jong en zal zich waarschijnlijk niet veel meer herinneren. Maar beter ook…

19 januari 2017 – Karin de Groen