Blog: Soms heb je een beetje geluk nodig

Hij volgt zijn vrouwelijke slachtoffers vanuit een winkelgebied. In een wat stillere straat aangekomen, neemt hij een aanloopje en rukt met volle kracht de tas van de schouder. Onze wijk wordt al weken geteisterd door gewelddadige straatroven. Inmiddels zijn er al elf aangiften geregistreerd. De dader heeft steeds dezelfde modus operandi, mooie woorden voor de wijze van werken.
Omdat hij zijn slachtoffers meestal volkomen verrast, laten ze de tas vaak los zonder daar erg in te hebben. De meeste slachtoffers komen ten val, diverse gewonden melden zich bij de eerste hulp. In twee gevallen reageert het slachtoffer op tijd en verstevigt haar greep. Dan dreigt de dader met een mes, waardoor hij toch zijn buit binnenhaalt. Daarna rent hij hard weg en verdwijnt snel om de hoek van de straat. Hij lijkt daarover te hebben nagedacht, hij slaat vaak een meter of dertig van een hoek toe. Voordat een slachtoffer zich herpakt, is hij uit beeld.
De straatroven zorgen voor onrust in de wijk. Mensen voelen zich onveilig en het stadsdeel bemoeit zich ermee. De politie staat onder druk. We moeten meer doen, verschijnt er in de lokale kranten. Wij van het wijkteam balen van deze berichten. We zijn gebrand op het pakken van deze knaap. Er is al extra personeel vrijgemaakt, andere projecten zijn stilgelegd. Collega’s zijn bereid hun diensten te ruilen.
Door het gedrag van de dader goed te analyseren, kunnen we steeds gerichter aan de slag. Het valt vooral op dat de berovingen worden gepleegd aan het einde van de dag of in het begin van de koopavonden. De slachtoffers zijn steeds vrouwen tussen de 28 en 48. Ook van onze dader wordt steeds meer bekend: het is een blonde jongen, slank, tussen de 20 en 25 jaar, opvallend piekhaar. Tot nu toe levert een zoektocht in onze systemen niets op.
We gaan met meer collega’s de straat op en even lijkt het of hij van de aardbodem is verdwenen. Tot die ene avond…
Het is donderdag, koopavond, en het is ouderwets gezellig. We letten nog altijd extra op, maar verder is het voor ons ‘business as usual’. Wat winkeldiefjes, wat lastige jeugd, her en der een aanrijding, maar verder een ontspannen sfeer op straat. Tot ineens onze straatrover weer toeslaat. Een vrouw van dertig doet na haar werk even wat boodschappen op de Bos en Lommerweg in Amsterdam-West. Lopend naar huis wordt zij in een stille straat ineens slachtoffer van onze straatrover. Hij grijpt haar tas, rukt daar een paar keer zo hard aan dat zij komt te vallen. En net als alle andere keren, maakt hij zich uit de voeten.
Maar dit keer heeft hij pech. Dit slachtoffer is getraind hardloopster. Nadat zij is opgekrabbeld, ziet ze hem wegrennen. Een oerkracht komt in haar naar boven en tegelijk een fikse boosheid. Op een flinke afstand, maar met de gedrevenheid van een pitbull, blijft ze hem volgen. Uiteindelijk vlucht hij een woning in, een portiekwoning waarvan de toegangsdeuren zich op de eerste woonlaag bevinden. Hij is daardoor snel uit het zicht. Ons slachtoffer blijft echter buiten staan, tot zij licht aan ziet gaan in één van de woningen op de tweede etage.
De straat waar de man een woning is binnengegaan ligt vlak achter ons bureau. Wanneer de vrouw binnenkomt en wij horen waar het over gaat, spring ik met twee collega’s meteen op. Het liefst was het slachtoffer met ons mee gegaan, maar dat lijkt ons niet zo’n heel goed idee.
We gaan naar de bewuste woning en blokken het perceel af. Eén man voor en één man achter de woning in afwachting van meer collega’s. Mocht hij willen vluchten, dan loopt hij zo in onze armen. Langzaam maar zeker komt er meer politie onze kant op. Terwijl de vrouw uitgebreid als getuige wordt verhoord aan het bureau, maken wij een plan van aanpak. Nadat het bewuste perceel ‘door alle systemen’ is gehaald, komt de mogelijke verdachte beter in beeld.
Michel V, een mannetje met een waslijst aan antecedenten, een flink strafblad dus. Langzaam vanuit zijn jeugd opgebouwd: bromfietsdiefstal, winkeldiefstal, softdrugsbezit, harddrugsbezit en een enkele straatroof. Hij heeft net zes maanden vastgezeten en woont nog niet zo lang in onze wijk, vandaar dat ook niemand van ons was ‘aangeslagen’ op zijn signalement. Volgens onze gegevens woont hij alleen.
Er wordt gebeld met de hulpofficier van justitie voor een machtiging tot binnentreden. Als wij een woning binnen willen vallen mag dat namelijk niet zomaar. Het huisrecht is in de Grondwet geregeld. Een hulpofficier van justitie moet beslissen of dit recht geschonden mag worden. Wanneer we op ‘oorlogssterkte’ rondom het bewuste pand zijn gegroepeerd, volgt een laatste korte briefing. Vier man doen de daadwerkelijke ‘instap’, twee op de achtergrond en twee aan de achterzijde van het pand om een eventueel vluchtende verdachte op te vangen of bewijsmateriaal dat weg wordt gegooid veilig te stellen. Je moet tenslotte met alles rekening houden.
Nu juridisch alles in orde is en tactisch de nodige afspraken zijn gemaakt, hebben we nog een laatste keuze te maken. Bonzen we de deur met grof geweld in of bellen we aan en wachten we wie er open doet? Omdat de man al twee keer een mes heeft gebruikt, wordt gekozen voor het eerste. Over de portofoon roep ik naar alle posten: ‘We gaan nú naar binnen!’
Beng! … Beng! … Beng! Wanneer de deur met onze stalen ‘bonk’ uit de sponningen is gebeukt, springt hij open en stormen we naar binnen. ‘‘Politie, blijf staan! Laat je handen zien!’, klinkt het luid in de woning.
In de hal staan we ineens oog in oog met een jongeman: piekhaar, ongeveer 25 jaar. Hij staat in zijn onderbroek, badend in het zweet. Tussen de komst van de vrouw aan het bureau en deze instap zat hooguit tien minuten. Hij was nog aan het zweten van zijn vlucht. ‘Bingo!’, flitst het door mijn hoofd. Mijn maatje houdt de machtiging voor zijn neus en voor hij het weet zit hij in de handboeien.
We controleren alle vertrekken, maar treffen verder niemand aan. Als alles onder controle is, voeren we Michel af naar het bureau. In de woning lijkt het wel Luilekkerland. Overal damestasjes, portemonnees en bankpasjes. Hier doen we het voor. Boeven vangen, zorgen dat het buiten veiliger wordt en blijft.
Nu we onze verdachte hebben, willen we overgaan tot het doorzoeken van zijn woning.  Ook dat mag niet zomaar, daar beslist een rechter-commissaris over. Er wordt via de officier van justitie contact gelegd. De zaak in de woning wordt tijdelijk ‘bevroren’.
Als er akkoord is, doorzoeken we de woning. We vinden tientallen damestassen met inhoud en uiteindelijk weten we met deze vangst 23 straatroven uit heel Amsterdam op te lossen.
Onze Michel bekent ze uiteindelijk allemaal en verdwijnt opnieuw voor een paar jaar achter tralies. De slachtoffers krijgen hun eigendommen terug, dankzij de hardloopster.
Soms heb je nou eenmaal een beetje geluk nodig…
12 januari 2017 – Cees Sjouwerman