Blog: Dubbel verlies

‘‘Ze hebben hem gevonden en het is niet goed.’ Die woorden slaan in als een bom. Ik weet precies wat hij bedoelt. Bert is dood.’ Erik van den Brun vertelt over de zelfmoord van Bert, zijn broer en collega.
Kerst staat weer voor de deur. Een tijd om samen met familie en/of vrienden door te brengen. Maar voor mij is het ook een tijd om terug te denken aan dierbaren die er niet meer zijn.
Dan moet ik ook altijd terugdenken aan het moment dat ik een telefoontje kreeg dat ik nooit zal vergeten…
Het is vrijdag 15 februari 2002. De dag is net begonnen. Het is stralend weer en het belooft een prachtige dag te worden.
Totdat de telefoon gaat. Het is mijn moeder. ‘ Bert is vannacht niet thuisgekomen’, zegt ze. Bert, mijn 2,5 jaar oudere broer, is ook mijn collega. Hij werkt sinds 1978 bij de politie Amsterdam, op het bureau Meer en Vaart.
Mijn moeder gaat verder: ‘Bert had gisteren een avonddienst, is gewoon om 23.00 uur van het bureau weggegaan op zijn fiets, maar nooit thuis aangekomen.’ Mijn moeder is gebeld door Mirjam, de vrouw van Bert met wie hij al meer dan 10 jaar getrouwd is. Ze hebben twee jonge kinderen.
Mirjam had al contact gehad met het bureau waar Bert werkt. Hij had na zijn avonddienst iedereen van de nachtdienst nog een goede dienst gewenst, was op zijn fiets gestapt en richting huis gereden. Daar is hij nooit aangekomen. De schrik slaat mij om m’n hart. Dit is niets voor Bert. Er moet iets gebeurd zijn, maar wat?
Kort daarop gaat mijn mobiele telefoon. Het is René, vriend en collega van Bert. Van hem hoor ik dat een aantal collega’s van Bert de route van het bureau naar het huis van Bert aan het afrijden is om te kijken of hij daar ergens te vinden is. Ik zeg tegen René dat ik ook ga zoeken en stap in mijn auto. Ik heb er geen goed gevoel over.
Ik ben nog maar net op weg als mijn telefoon weer gaat. Het is René weer: ‘Ze hebben hem gevonden en het is niet goed.’ Die woorden slaan in als een bom. Ik weet precies wat hij bedoelt. Bert is dood.
Ik rijd naar huis en vertel het aan mijn vrouw. Dat gaat moeilijk, ik kan alleen nog maar huilen. Samen met haar rijd ik vervolgens naar het huis van mijn schoonzus. Wat ik daar aantref is onbeschrijfelijk. Zoveel verdriet.
De teamchef van mijn broer is er ook. Van hem hoor ik wat er gebeurd is. Toen mijn broer op weg was van zijn bureau naar huis, heeft hij ergens op een bouwplaats met zijn dienstwapen een einde aan zijn leven gemaakt.
Ik ben woest. ‘Hoe heb je dat kunnen doen!’, roep ik uit. De boosheid overheerst als ik de emotionele ravage bekijk die de zelfgekozen dood van Bert heeft aangericht.
In de dagen die volgen ga ik de complete rollercoaster van emoties door die bij het rouwproces hoort. Tegelijkertijd heb ik vragen…heel veel vragen. En niet ik alleen. Hoe, waar, waarom? Waarom heb ik niets aan hem gemerkt? Had ik het kunnen voorkomen?
Had ik hem kunnen helpen? Heb ik signalen van hem gemist? Het zijn vragen die mij blijven bezighouden. Ook zijn collega’s hebben die vragen en worstelen met wat er gebeurd is.
Als we een paar dagen later de oprijlaan van het crematorium oprijden waar de uitvaartplechtigheid plaatsvindt, staan aan weerszijden lange rijen collega’s die Bert een laatste groet brengen.
Ik voel niet alleen mijn eigen pijn, maar ook die van hen. Ik heb niet alleen mijn broer verloren, maar ook een collega; een dubbel verlies. In de jaren daarna zal ik zelf nog een aantal malen in zo’n rij staan bij het afscheid van een collega. Die momenten blijven moeilijk…..heel moeilijk.
Een paar dagen na het afscheid van Bert ga ik met lood in mijn schoenen naar zijn bureau om zijn kast uit te ruimen. Het is zwaar om zijn spullen door mijn handen te laten gaan. Ik besluit om één aandenken mee te nemen: de omslag van zijn bonnenboekje. Iedere werkdag zie ik het liggen en zo houd ik de herinnering aan hem levend.

Op veel van de vragen die ik had, krijg ik antwoord, maar niet op allemaal. De vraag – die misschien uit schuldgevoel voortkomt – of iemand iets had kunnen of moeten merken, zijn daad had kunnen voorkomen, spookt lange tijd door mijn hoofd.

Uiteindelijk kom ik tot de conclusie dat niemand dit had kunnen voorkomen. Niemand had signalen op kunnen pikken, omdat mijn broer die niet afgaf. Vaak is dit wel het geval. De vraag is dan: pik je die signalen op? En wat nog belangrijker is…wat doe je er mee?

Ik heb in ieder geval geleerd om die signalen nooit, maar dan ook nooit te negeren en er altijd iets mee te doen, ook al is dat soms moeilijk.
En nu is het weer bijna kerst. Een tijd waarin mensen elkaar opzoeken, een tijd van gezelligheid en samen zijn. Maar ook een tijd waarin mensen zich eenzaam voelen. Vergeet ze niet, juist nu. Misschien is er nog wel een lege stoel bij u aan tafel tijdens het kerstdiner. Nodig eens iemand uit die het moeilijk heeft. Een kleine moeite, een groot gebaar.
Voor mij wordt ook deze kerst weer een moment om, naast alle gezelligheid, stil te staan bij alle dierbaren die ik moet missen.
(Om privacy redenen zijn enkele namen veranderd.)
22 december 2016 – Erik van den Brun
Bron: www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-dubbel-verlies.html?sid=a6b29eed-5c38-41a8-99c8-46cc4e9c7655
113Online
​Heeft u na het lezen van dit verhaal behoefte om te praten? Kent u iemand die zelfmoordgedachten heeft of kampt u daar zelf mee? Blijf er niet mee zitten, neem contact op met > www.113online.nl/