Disciplinaire maatregelen acht politiemedewerkers

Den Haag – De politie heeft acht medewerkers disciplinaire maatregelen opgelegd, omdat zij voetbal- en concertkaarten aannamen van een eerder dit jaar ontslagen politiecommissaris uit Amsterdam of op een andere manier de interne regels niet hebben nageleefd. De maatregel valt zwaarder uit, naarmate de medewerker een hogere functie bekleedde.

Onderzoek
De opgelegde maatregelen vormen de uitkomst van een disciplinair traject dat zich in eerste instantie richtte op de betrokken politiecommissaris. Uit dit onderzoek bleek onder meer dat de commissaris tussen 2009 en 2015 honderden kaarten voor voetbalwedstrijden, concerten en andere evenementen aanschafte op kosten van de politie of deze aannam van de organisatoren.
De kaarten werden door de commissaris zelf gebruikt of weggegeven aan familie, kennissen en collega’s. Voor een aantal politiemedewerkers die kaarten van de commissaris aannamen, geldt dat zij daarmee de geschenkenregeling van de politie hebben overtreden.

Uitkomsten
In het verlengde van het onderzoek naar de ontslagen commissaris verrichtte de politie in totaal elf disciplinaire onderzoeken. In acht gevallen hebben de uitkomsten geleid tot een maatregel. In overleg met de betrokkenen gaat de politie, vanuit het oogpunt van privacy, niet in op de aard van de maatregelen. Om dezelfde reden gaat de politie ook niet in op namen van betrokken medewerkers.

Zwaardere verantwoordelijkheid
Bij het bepalen van de strafmaat speelden volgens korpschef Erik Akerboom een aantal factoren een rol. ‘Uiteraard de aard en omvang van de gedragingen, maar er is ook nadrukkelijk gekeken naar de functie van de betrokken medewerker en diens hiërarchische verhouding tot de commissaris. De maatregel valt zwaarder uit, naarmate de medewerker destijds een hogere functie bekleedde.’
‘Binnen de politie wordt van iedereen integer gedrag verwacht, maar op leidinggevenden rust een extra zware verantwoordelijkheid’, licht Akerboom toe. ‘Zij moeten letten op de integriteit van anderen. Als zij de regels overtreden, wordt hen dat zwaarder aangerekend.’

Kritische blik
Akerboom begrijpt dat destijds een vriendschappelijke of collegiale band met de betrokken commissaris in sommige gevallen heeft geleid tot een ‘onvoldoende kritische blik’. ‘Maar die kritische houding verwacht ik wel. Zeker van leidinggevenden.’
Een aantal politiemensen gaf in het onderzoek aan dat zij niet wisten dat de commissaris ook kaarten kocht en deze met politiegeld betaalde. Akerboom: ‘Zij hebben niet bewust misbruik gemaakt van politiegeld. Deze collega’s gingen er immers vanuit dat het ging om gratis kaarten. Maar zelfs al was dat zo, dan nog hadden zij de kaarten niet moeten aannemen. Je krijgt niet zomaar iets cadeau, zeker niet als je van de politie bent. Om elke schijn van beïnvloeding te voorkomen, hebben wij een heldere geschenkenregeling. Die staat het aannemen van geschenken zeer beperkt toe. De regeling geldt voor iedereen binnen de politie. Ik hoop dat deze zaak het bewustzijn over deze regeling vergroot.’

Strafmaatoverleg
Bij het bepalen van de uiteindelijke strafmaat is ook goed gekeken naar soortgelijke kwesties. Akerboom: ‘Geen enkele zaak is één op één te vergelijken, maar waar er overeenkomsten zijn, moeten die ook terugkomen in de straf. Om die reden hebben we het zogenoemde strafmaatoverleg (SMO). Het SMO heeft mij geadviseerd over de op te leggen straffen en dat advies heb ik overgenomen.’

Leren
Voor korpschef Akerboom zijn de nu opgelegde maatregelen het sluitstuk van een slepende kwestie. ‘Een pijnlijke kwestie ook. Voor zowel het korps als alle betrokkenen. Maar het is óók een kwestie waarvan iedereen binnen deze organisatie leert.’
Naar aanleiding van het onderzoek naar de Amsterdamse politiecommissaris sprak korpschef Akerboom zich vorig jaar nadrukkelijk uit over het belang van integriteit binnen de politie: ‘We zijn niet onfeilbaar. Maar wat wij van burgers vragen, geldt zeker voor hun politie. Wie de regels handhaaft, dient zich eraan te houden. Zo simpel ligt het.’