Blog: Jouw politie, mijn politie

Wie het tv-programma ‘Jouw vrouw, mijn vrouw’ weleens heeft gezien, weet waar ik het over heb: dat onbespied meekijken in andermans leven, zien hoe ‘zij’ het doen, hoe ‘zij’ zich bekommeren om de dagelijkse beslommeringen.
Verwachtingsmanagement blijkt vaak ‘een dingetje’: niet zelden is er sprake van een onuitgesproken, stille aanname dat de ander zich zal schikken en gedragen zoals jij dat verwacht. En niet zelden leidt dit voor de kijker tot hilarische of juist tenenkrommende confrontaties.
Als politie ondervind je eigenlijk hetzelfde: we krijgen veelvuldig een indruk van de manier waarop mensen hun – vaak bijzondere – leven leiden en soms gebeuren er dingen die volledig tegen onze verwachtingen in gaan.
Neem nou die keer dat de wijkagent besloot dat er een controle moest komen op schoolgaande, fietsende jeugd. De klachten uit de buurt waren immers talrijk en varieerden van grieven over fietsen zonder licht tot tegen het verkeer in rijden en schuin oversteken. Opgewekt togen wij in de vrieskou en nog in het donker naar de plek des onheils.
De jeugd kregen wij maar niet betrapt op onoorbare gedragingen. De eerste de beste die wij fietsend aan de verkeerde kant tegen het verkeer in staande hielden, bleek een verontwaardigde buurtbewoonster. ‘Jullie hebben de verkeerde!’,  bitste zij ons wat bozig toe. Ook de drie daaropvolgende ‘verkeerden’ bleken buurtbewoners. Awkward! zoals de jeugd het zou zeggen. Uitkomst en conclusie van deze controle voldeden niet geheel aan de verwachting, zullen we maar zeggen.
Ook de lasercontrole die er moest komen na klachten uit een buurt over te hard rijdende bestuurders in de 30-km zone pakte niet helemaal lekker uit. Binnen een minuut nadat wij er waren gaan staan, meldde zich de eerste verontwaardigde buurtbewoner. ‘Ga toch boeven vangen’, beet hij ons toe. Onze uitleg over de klachten uit de buurt en de geruststelling dat wij vooralsnog aan het inventariseren waren of er überhaupt wel te hard werd gereden, nam hij voor kennisgeving aan. ‘Maar ík heb hier niet om gevraagd’, was zijn conclusie. Waarna hij zijn mobiele telefoon ter hand nam om zijn ongenoegen over de controle op sociale media te spuien.
En daar zit hem nou juist de kneep: wat voor de een serieuze kreet om hulp of handhaving is bij de politie, is voor de ander onzin. De onuitgesproken verwachting over waar de politie voor is, is niet bij iedereen gelijk. Sterker nog, zodra de hulpkreet van de een ingrijpt in de individuele vrijheid van de ander, zijn de rapen gaar. Dat maakt handhaven tot een soms onmogelijk dilemma. De roep om te handhaven geldt immers altijd voor de ander. Het doet denken aan de zogeheten veiligheidsparadox: men wil tenslotte maximale veiligheid kunnen genieten, maar tegelijkertijd ook maximale individuele vrijheid. En dat bijt soms.
‘Was will das Weib?‘, vroeg Sigmund Freud zich af. ‘Was will der Bürger?’ vragen wij ons bij de politie weleens af. De burger weet soms heel goed wat hij wil.
Zie ons daar staan, in het horecagebied. Met een groep collega’s staan wij ogenschijnlijk quasi nonchalant keuvelend, maar met een scherp oog gericht op twee rivaliserende jeugdgroepen in het holst van de nacht op straat. Er hangt een gespannen vacuüm dat elk moment kan omslaan naar een escalatie.
Hij komt wankelend naar ons toe, de vijftiger met een borreltje teveel op. ‘Ik heb een lekke fietsband, kunnen jullie die even maken’, mompelt hij met dubbele tong. Ik zie de wenkbrauwen bij mijn collega’s omhoog gaan. De suggesties van een taxi of achterop bij iemand anders vallen verkeerd. ‘Je hebt ook helemaal niks aan jullie. Jullie zijn er toch om hulp te verlenen?!’. Getergd en boos druipt hij af. Ik kijk mijn collega’s aan en lach. Typisch geval van ‘Jouw politie, mijn politie’.
24 november 2016 – Eugénie Theunisse