Blog: Auto te water

‘Hij duikt direct nogmaals onder water. Wanneer hij weer boven water komt, zegt hij dat er nog een vrouw in het voertuig zit. Hij krijgt haar echter niet los, de gordel zit nog vast.’ Bram Conjaerts vertelt zijn ervaringen bij een incident waarbij een auto het kanaal in is gereden. Krijgen ze de bestuurster er op tijd uit?
Ik heb samen met mijn collega Nadieh noodhulpdienst in team Maas en Leijgraaf, bureau Uden. We zijn onderweg naar Veghel voor een overvalalarm. Halverwege krijgen we echter te horen dat het loos alarm is. We besluiten weer richting Uden te rijden om een paar overlastlocaties te controleren, maar voor we daar zijn roept de meldkamer ons weer aan, nu voor een ongeval met letsel in Erp. Het ongeval vond plaats op de N279, bij ons bekend als een drukke weg. Mede hierdoor zijn we met drie voertuigen onderweg.
Als we er bijna zijn, horen we de centralist over de portofoon zeggen dat het geen aanrijding is, maar dat er een voertuig te water is geraakt. Van collega’s horen we dat ze aan de overkant van de N279 een aantal mensen zien zwaaien. We rijden met spoed die kant op en komen nagenoeg tegelijk met de andere collega’s aan.
Ik zie de verse bandensporen richting het water in het gras staan. Een auto is echter niet te zien in het kanaal. Zonder te twijfelen gooi ik mijn veiligheidsvest, koppel en persoonlijke spullen op de grond. Ik zie dat 3 andere collega’s hetzelfde doen. We besluiten om met z’n vieren het water in te gaan, op zoek naar het voertuig en de inzittenden. In het water laten we ons lichaam een paar tellen wennen aan de kou. Na kort overleg verspreiden we ons enigszins in het water om de zoekplek zo breed mogelijk te maken. Onder water kun je geen hand voor ogen zien en we hopen het voertuig al voelend en watertrappelend te vinden.
Als we het kanaal driekwart hebben overgezwommen, hoor ik de collega rechts van me roepen: ‘Ja, hier!’. Ik zwem snel naar hem toe en voel al snel het dak van de auto onder mijn voeten. Ook de andere twee collega’s sluiten aan. Snel overleggen we hoe we dit gaan aanpakken. In dit koude, vieze water, is het ook erg belangrijk om onze eigen veiligheid niet te vergeten.
Als eerste gaat mijn collega onder water en probeert het raam in te slaan met een minitool: een klein voorwerp met een scherpe punt dat het glas moet verbrijzelen. Onder water is de druk anders en werkt het helaas niet zo gemakkelijk als boven water, maar als hij bovenkomt, zegt hij dat het raam kapot is. Hij duikt direct nogmaals onder water. Wanneer hij weer boven water komt, zegt hij dat er nog een vrouw in het voertuig zit. Hij krijgt haar echter niet los, de gordel zit nog vast.
De volgende collega duikt onder water om de gordel door te snijden. Terwijl wij op het dak van de auto staan, houden we elkaar constant vast. Zo proberen we ook om het gewicht in balans te houden, zodat de auto niet gaat kantelen. Ik zie dat de collega na de eerste duikpoging met een dameshandtas boven water komt. Nadat ze deze heeft afgegeven duikt ze weer onder. Het is een klein wonder, want alles moet op de tast gebeuren, maar ze krijgt de gordel gelukkig los.
Dan is het mijn beurt. Ik duik onder water en probeer de vrouw uit het voertuig te halen. Het kost me moeite, want ik kan niets zien en door de adrenaline en het koude water heb ik niet zoveel lucht als normaal. Na twee pogingen komt mijn collega helpen. En dan lukt het. Samen trekken we de vrouw uit het voertuig en boven water. Ik zwem zo snel mogelijk met haar naar de kant. Door de zware kleding en schoenen lijkt het zwemmen een eeuwigheid te duren, maar in werkelijkheid duurt het maar een tiental seconden.
Later hoor ik dat naast me een andere collega zwom die me hielp om haar hoofd boven water te houden. Door de haast, adrenaline en het ‘overlevingsgevoel’ had ik dit echter helemaal niet meegekregen. Bizar.
Op de kant staat een aantal collega’s en brandweermannen, die de vrouw van ons overnemen. Ze starten direct de reanimatie. Mijn benen voelen loodzwaar, maar ik ga samen met collega’s terug naar de auto. We willen zeker zijn dat ze inderdaad de enige inzittende van de auto was.
Mijn collega duikt als eerste. Hij duikt meerdere malen onder. Dan komt hij weer boven en zegt: ‘De auto is leeg.’ Ook een duiker van de brandweer komt naar de plek van het voertuig om het nog eens extra te controleren. Wij zwemmen ondertussen weer terug naar de kant.
Op de kant gekomen zie ik pas hoe druk het daar is; heel veel collega’s die naar de melding zijn gekomen en een flink aantal brandweerlieden inclusief auto’s zijn opgeroepen. Mijn collega Nadieh is samen met een ambulancebroeder nog bezig met de reanimatie van de vrouw en ik hoor dat er een traumahelikopter is opgeroepen.
Ik zie dat ik wat sneeën en wondjes op mijn armen en hand heb. Iemand van de brandweer doet er snel een verband omheen, zodat ik terug naar het bureau kan om te douchen en te debriefen.
Als ik schone droge kleding aan heb getrokken, moet ik toch eerst samen met de andere collega’s naar het ziekenhuis. De wondjes op mijn hand moeten geplakt worden, ik krijg een verbandje en een tetanusspuit. Ook worden onze longen en luchtwegen gecontroleerd. Ook de andere collega’s worden behandeld aan hun snijwonden.
Tijdens de debriefing sluiten veel collega’s aan, waaronder de officier van dienst, onze teamchef, iemand van Team Collegiale Opvang (team dat collega’s ondersteunt bij verwerking van een incident, red.) en verder alle collega’s die bij deze melding betrokken waren. Bij een debriefing wordt het hele incident en onze inzet volledig doorgesproken. Zo wordt nagegaan waar we iets kunnen verbeteren, maar helpt ook om de gebeurtenissen verwerken. Als we alles uitgebreid besproken hebben, gaan we weer verder met werken.
Bij het afhandelen van andere meldingen, merk ik dat het incident me meer doet dat ik dacht. Als ik bij een langlopend burenconflict bemiddel, kost het me moeite om niet geïrriteerd te reageren. Ik ben blij wanneer mijn dienst erop zit.
Een aantal weken later worden we uitgenodigd bij familieleden van de bestuurster. Ze vertellen ons dat ze weer volledig zal herstellen en willen graag onze kant van het verhaal horen. Ik vertel mijn ervaringen en hoor van hen hoe zij het hele incident en de nasleep hebben beleefd. Anderhalf uur en vele bedankjes later gaan we met een goed gevoel terug naar het bureau.
Trots.
10 november 2016 – Bram Conjaerts
11-10-november-auto-te-water-bram-conjaerts